De grond in Oostelijk Flevoland is een prima voedingsbodem voor landbouw. De kleigrond vraagt extra zorg bij het bewerken, maar erg vruchtbaar. We gaan zuinig en verstandig met de grond om. Dat is een voorwaarde om duurzaam te kunnen blijven telen en volgende generaties die kans ook te bieden. Weidsicht neemt dus haar verantwoordelijkheid.

Bodem omgekeerd

De bodem bestaat van oorsprong uit een bovenlaag van zware zeeklei, daaronder humushoudende klei en vervolgens een zandlaag. Daarom heeft Weidsicht in 2008 besloten om te gaan diepploegen. Dit betekent dat we tot 1,25 meter diep de grond hebben omgekeerd. De grond is van zware klei (50% afslibbaar) teruggegaan naar lichte klei (20% afslibbaar) met veel meer humus. Door de vermenging is de grond – met lichtere machines – gemakkelijker te bewerken. Ook biedt het meer kansen om andere gewassen te telen.

Bemesting als natuurlijk groeimiddel

We gebruiken dierlijke mest voor grondverbetering. Elk jaar bemesten we in de vorm van drijfmest en vaste mest (met stro). Dit laatste heeft onze voorkeur, doordat het een positiever effect heeft op het bodemleven. Aanvullend gebruiken we natuurcompost. De eigenschap van mest is dat het voedingsdeel beschikbaar komt, als er een plant groeit. Het kleihumuscomplex zorgt voor binding van voedingsdelen en voorkomt uitspoeling in het grondwater. Concreet betekent dit dat een plantenworteltje zorgt voor uitscheiding van een licht zuur waardoor voedingszouten oplossen in de grond en beschikbaar komen voor de plant om te groeien.

Grondverbeteraars

We wisselen de teelt af met groenbemesters (grondverbeteraars) zoals grasklaver, gele mosterd, luzerne en bladrammenas. Daarmee zorgen we voor binding van voedingsmiddelen en voorkomen we uitspoeling. Ook waarborg je dat de stikstof uit de lucht en de mineralen vastgelegd worden voor de teelt van het volgende gewas.

Zes gewassen

Op het bedrijf hebben we een vruchtwisseling van zes gewassen. Dat betekent dat we niet vaker dan eens per zes jaar hetzelfde gewas telen op hetzelfde stuk land. Sommige gewassen verbouwen we maar eens in de twaalf jaar op een perceel. Hiermee borgen we goede bodemgezondheid. Daarnaast is de volgorde van invloed op een gezonde bodem. Een aardappel wordt bijvoorbeeld gevolgd door een graangewas, als rustgewas. Dat betekent dat er een jaar lang niet gewerkt wordt in de grond.

Familieverwantschappen

Ook kijken we naar familieverwantschappen. Doel van de afwisseling is het bevorderen van een goede bodemgezondheid en het voorkomen van schimmelziektes, aaltjes en bacterieziektes. Want wist je bijvoorbeeld dat een wortelvlieg een hekel heeft aan uien? Daarom telen we peen na uien. Welke soorten gewassen zijn er zoal:

  • nachtschade-achtigen, zoals de aardappel;
  • lelieachtigen, zoals ui en knoflook;
  • ganzevoet-achtigen, zoals suikerbiet ,rode biet en spinazie;
  • schermbloemigen, zoals peen en witlof;
  • kruisbloemigen, zoals spitskool, bloemkool en broccoli.