In de traditionele landbouw neemt de aardappelteelt een belangrijke plaats in. Bij de biologische teelt leidt dit echter vaak tot problemen met de ziektedruk door de schimmelziekte phytophthora. Om geen bron van infectie te zijn voor de gangbare boeren, branden we onze aardappelpercelen. Dit gebeurt vaak in juli. De aardappelen zijn dan nog niet volgroeid. Door deze extra vroege handeling is de kostprijs per kg product wel extra hoog. Resistentie tegen de schimmelziekte zou een ideale oplossing zijn. Nieuwe rassen kweken met een resistentie duurt echter ongeveer twintig jaar. Sinds kort betreden de eerste resistente rassen schoorvoetend de markt. Het wachten is echter op de supermarkten. Die hebben nog geen interesse in grootschalige afname getoond.

De teelt – In het voorjaar poten we van het ras Agria 3.000 kg plantgoed per hectare. Daarna worden de ruggen gevormd over de in rij geplante aardappelen. Na het eggen, schoffelen en aanaarden in het voorjaar volgt begin september de oogst.

De oogst – We rooien de aardappelen met een De Wulf bunkerrooier. Op deze machine kunnen we tijdens het rooien onder meer de kluiten uitlezen en uitselecteren. En er hoeft dankzij de eigen bunker geen kiepwagen mee te rijden over het land. Dat voorkomt weer structuurbederf in de bodem.

De afzet – De aardappelen worden opgeslagen en gedroogd in ons koelhuis. Daarna zorgt Bioselect voor het sorteren, verwerken en verkopen in de gezamenlijke verkoop van enkele aangesloten telers. De verkoop en aflevering vindt dankzij de goede bewaring bijna gedurende het hele jaar plaats. In mei en juni zijn er bijna geen aardappels van goede kwaliteit uit Nederland meer beschikbaar zijn. Dan wordt het gat van de lege schuren en het wachten op de nieuwe aardappels gevuld met Egyptische aardappelimport.