De uienteelt is al jaren een vaste teelt op het bedrijf. Hier speelt mee dat goede opslag belangrijk is. En de kosten van een investering in kistenopslag zijn aanzienlijk: je rekent al gauw 5 cent/kg product afhankelijk van het aantal opslagweken. We proberen deze opslag dus ook zo optimaal mogelijk te benutten om de investeringskosten terug te verdienen.

De teelt – In maart worden de uien regelmatig en op een diepte van 3 cm gezaaid op een fijn kruimelig zaaibed. Zaai je te diep, dan gaat het zaadje dood voordat hij na kieming in de grond het licht ziet. Zaai je ondiep, dan kan het zaadje verdrogen, als het niet regelmatig regent. Voor opkomst word het onkruid vernietigd door dit te branden. Een machine van 4,5 meter breed rijdt met 2,5 km/uur langzaam over het land. Als de ui bovenkomt, is het veld dus schoon. Onkruid dat daarna kiemt, verwijderen we met de hand. Tussen de rijen wordt regelmatig geschoffeld en geëgd met een machine.

De oogst – We rooien de uien zodra ze ’gestreken’ zijn. Deze vakterm houdt in dat het loof plat ligt op het veld. Meestal is dit begin september. De gerooide uien liggen daarna op de grond nog enkele dagen te drogen, waarna ze in de bewaring – in ongeveer acht weken – verder drogen. Stel dat het buiten erg vochtig is, dan kun je naast drogen met buitenlucht door middel van ventilatoren ook kachels inzetten. In november koel je de uien terug naar 2 °C.

De afzet – Bij de afzet streven we naar vaste afnemers en het liefst meerjarencontracten. Dit is een uitdaging; de afnemers van uien willen wel contracteren, maar dan voor een prijs die gelijk is aan de kostprijs, of nog lager. Veel uien worden geëxporteerd; ongeveer 60% gaat naar Duitsland, Frankrijk en Engeland. Engeland stelt hoge kwaliteitseisen, maar staat daardoor wel meer open voor afspraken.